Thuiswerken – kans voor bedrijfscateraars!

Uit een enquête van de Rabobank blijkt dat kantoorpersoneel straks na corona niet één maar twee dagen in de week thuis wil werken. Die ene dag extra thuiswerken gaat de bedrijfscateringsector raken. Maar door in te spelen op een ander soort klant op de dagen dat werknemers wél naar kantoor komen, kunnen ondernemende bedrijfscateraars naar verwachting juist goede zaken doen.


Over 2020 kunnen we kort zijn: de oproep van het kabinet om zo veel mogelijk thuis te werken heeft cateraars hard geraakt. Volgens het FoodService Instituut Nederland (FSIN) verdampte vorig jaar circa 50% van de 1,7 miljard euro omzet in bedrijfscatering. De start van 2021 is niet veel beter geweest. Hoewel er licht aan het eind van de tunnel is, gaat het nog wel even duren voor het gros van het personeel weer naar kantoor mag. Als ze al gaan!

Het goede nieuws voor bedrijfscateraars is dat de werknemers staan te popelen om weer naar kantoor te komen. In ieder geval afgaande op de resultaten van de enquête die RaboResearch eind 2020 heeft laten uitvoeren onder 6000 mensen in zes Europese landen, waaronder Nederland (https://research.rabobank.com/far/en/sectors/consumer-foods/anders-werken-en-lunchen-na-corona-thuiswerken-biedt-uitdagingen-en-kansen.html). Het slechte nieuws is dat de respondenten aangeven dat straks gemiddeld maar drie dagen per week te doen. Na Covid-19 verwacht men een kleine twee dagen in de week thuis of elders te werken. Dat is één dag meer dan onze respondenten voor corona gewend waren thuis te werken.

Eén dag minder naar kantoor betekent ook één dag minder op of rond kantoor lunchen. Ook dat komt uit het onderzoek naar voren. Onze respondenten verwachten structureel 28% minder vaak in de bedrijfskantine te lunchen (zie Figuur 1). De vooruitzichten voor kantoorlunches in de financiële-, ICT- en publieke sector zijn iets somberder dan gemiddeld.

Figuur 1 - Thuiswerken report_20210519

Puur op basis van deze verwachte 28% daling in het aantal kantinelunches gaan bedrijfscateraars een uitdagende tijd tegemoet. Op sommige locaties zal dit de realiteit zijn en zullen bezoekersaantallen structureel onder druk staan. Op die plekken zullen cateraars een efficiencyslag moeten maken om het aanbod op peil te houden, bijvoorbeeld door middel van vending walls, bezorging of door te gaan beleveren vanuit zogenaamde ‘dark kitchens’ (bezorgrestaurants). De verwachte daling in kantoorgebruik kan ook betekenen dat werkgevers hun kantorennetwerk selectief gaan inkrimpen en dat kan specifieke cateringlocaties de kop kosten.

De soep wordt niet zo heet gegeten

Uit de plannen van bijvoorbeeld Afas Software, Triodos en Ziggo die de afgelopen maanden de pers hebben gehaald komt echter ook naar voren dat – met name grotere – werkgevers verwachten dat hun medewerkers straks na corona vooral naar kantoor zullen komen voor vergaderingen, creatieve sessies, overleggen, ontmoeten, teammeetings, et cetera. Zo’n andere manier van werken zal niet meteen komende zomer al worden doorgevoerd. Maar op een termijn van twee tot drie jaar zullen kantoren naar verwachting minder bureaus herbergen en meer gericht zijn op interactie.

Deze andere rol van het kantoor biedt bedrijfscateraars kansen. Op de dagen dat werknemers wél naar kantoor (mogen) komen, zullen ze meer gericht zijn op overleg met collega’s en sociale ontmoetingen. Daar passen een latte macchiato, een uitgebreidere lunchkaart en een gezond tussendoortje bij. Zulke ‘nieuwe’ klanten geven al snel zo’n 20-50% meer uit voor hun voedingsaankopen op kantoor. Als de omgeving ertoe uitnodigt om binnen kantoor te socializeren, dan zullen minder werknemers wellicht hun lunch buiten de deur willen halen. 

Werkgevers, en dan met name de HR-afdelingen, zullen moeten nadenken over hoe ze de bedrijfscultuur actief gaan borgen als werknemers minder vaak op kantoor verblijven. Daar denkt een cateraar natuurlijk graag over mee. Het zal mogelijk ook kunnen leiden tot outsourcing van cateringtaken door werkgevers die nu nog hun eigen kantines runnen.

Als alle werknemers op de dagen dat ze op kantoor zijn een latte of lungootje afrekenen bij de cateraar, dan is die 28% terugval in bezoekersaantallen binnen no-time gecompenseerd. Met betere koffie alleen ben je er echter niet. Een gastvrijer onthaal betekent ook een ander, meer premium assortiment, misschien meer banqueting tijdens vergaderingen, bredere openingstijden, service-gericht personeel en, niet in de laatste plaats, een passende aankleding. Het moet meer een soort mengeling tussen horeca, clubhuis en een hotellobby uitstralen. Daarnaast verandert de aard van het werk omdat bezoekersaantallen naar verwachting sterker zullen fluctueren en de spreiding over de dag groter zal worden. Mogelijk dat kantoren ook vaker ’s avonds of misschien zelfs in het weekeinde bezoekers trekken.

Dat zal binnen de huidige cateringcontracten en geldende CAO’s flinke uitdagingen opleveren. Desalniettemin zijn er, met de nodige investeringen, een flinke dosis ondernemerschap en meedenkende werkgevers, genoeg kansen voor bedrijfscateraars om op bestaande locaties bestaande klanten te verleiden om meer uit te geven en nieuwe klanten te winnen. 

Kijk ook eens buiten de deur

In de kantine was een Nederlandse werknemer vóór corona gemiddeld ruwweg drie euro per dag kwijt (ook afhankelijk van hoeveel er door de werkgever gesubsidieerd werd). Als de lunch bij de broodjeszaak om de hoek bij kantoor wordt gehaald kunnen de uitgaven snel oplopen. Volgens het Nibud geeft een ‘thuisluncher’ maar 1,80 euro per lunch uit. Het zou zonde zijn als die budgetruimte dadelijk in rook opgaat.

Dat zien supermarkten ook. Die zetten versneld in op een breder lunch en ‘to-go’ aanbod in woonomgevingen. Dat kunnen koelers met Starbucks ijskoffie bij de kassa zijn of bijvoorbeeld een uitgebreide saladebar. Voor cateraars liggen hier kansen voor samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van maaltijden of maaltijdcomponenten. Maar de thuisluncher biedt ook kansen buiten de supermarkt om.

In samenspraak met werkgevers zouden bedrijfscateraars kunnen denken aan bijvoorbeeld abonnementsmodellen of thuisbezorging, of het kantoor als pick-up point voor maaltijden die thuis geconsumeerd worden. Cateraars zouden de klant ook kunnen opzoeken door zelf de straat op te gaan met bijvoorbeeld een foodtruck of eigen broodjeszaak. Bovendien leidt de opkomst van thuiswerken naar verwachting ook tot een snelle groei van bedrijfsverzamelgebouwen en aanbieders van flexplekken. Zolang het niet alleen hotel- en restaurantketens zijn zoals Van der Valk en La Place die zich op deze markt storten, ontstaan er op die locaties natuurlijk kansen voor cateraars.

Download-with-margin-1280px.png